Een roadtrip door de Alpen of Pyreneeën vraagt om een andere voorbereiding dan een autorit door vlak gebied. Bergwegen zijn vaak steil, bochtig en smal. Bovendien kan het weer op grotere hoogte snel omslaan. Tijdens lange beklimmingen en afdalingen worden ook de motor en remmen van je auto zwaarder belast.
Controleer voor vertrek de technische staat van je auto, bekijk welke verkeersregels gelden in de landen op je route en bereid je voor op wisselende weersomstandigheden. Zo weet je waar je onderweg rekening mee moet houden.
Dit artikel bevat een betaalde plaatsing van AUTODOC.
1. Controleer je auto voordat je vertrekt
Tijdens een rit door de bergen worden de motor en remmen van je auto extra belast. Controleer daarom ruim voor vertrek of je auto goed is onderhouden en klaar is voor lange beklimmingen en afdalingen.
Controleer de motor en de distributieriem
Controleer voor vertrek het oliepeil en het koelvloeistofniveau. Houd tijdens het rijden de motortemperatuur in de gaten, vooral bij lange beklimmingen. Loopt de temperatuur te hoog op, stop dan op een veilige plek en volg de aanwijzingen in de handleiding van je auto.
Controleer ook of het onderhoudsschema is bijgewerkt. Heeft je auto een distributieriem, kijk dan wanneer deze volgens de fabrikant moet worden vervangen. De voorgeschreven interval verschilt per motor en automodel en kan afhangen van zowel de gereden kilometers als de leeftijd van de riem. Weet je niet wanneer de riem voor het laatst is vervangen of nadert de vervangingsinterval, laat dit dan voor vertrek controleren.
Voor distributieriemen en andere auto-onderdelen kun je bijvoorbeeld terecht bij AUTODOC. Controleer altijd of een onderdeel geschikt is voor het merk, model en de uitvoering van je auto.
Controleer de remmen en banden
Goed werkende remmen zijn belangrijk tijdens lange afdalingen. Laat bij twijfel de remblokken, remschijven en remvloeistof controleren voordat je vertrekt. Gebruik tijdens het afdalen ook de motorrem door een geschikte lagere versnelling te kiezen. Zo voorkom je dat je voortdurend op het rempedaal moet drukken.
Controleer daarnaast de bandenspanning, de profieldiepte en de algemene staat van je banden. De juiste bandenspanning vind je in de handleiding of op de sticker in de auto. Controleer ook of je banden passen bij de omstandigheden die je onderweg kunt verwachten.
Wil je zeker weten dat je auto klaar is voor vertrek? Bekijk dan ook de checklist voor het controleren van je auto voor vertrek.
2. Houd rekening met het brandstofverbruik
Bergop rijden kost meer energie dan rijden op een vlakke weg. Het brandstofverbruik kan daardoor toenemen. Ook je rijstijl en de belading van de auto spelen een rol.
Tank voordat je aan een afgelegen bergroute begint. Tankstations kunnen in berggebieden ver uit elkaar liggen en beperkte openingstijden hebben. Plan je tankstops daarom vooraf en zorg dat je voldoende brandstof hebt om het volgende tankstation te bereiken.
Rijd je elektrisch, controleer dan vooraf waar je onderweg en op je bestemming kunt laden. Tijdens beklimmingen kan het energieverbruik flink oplopen, waardoor de actieradius afneemt. Bij afdalingen kan regeneratief remmen een deel van de energie terugwinnen. Hoeveel dat oplevert, hangt onder meer af van de auto, de afdaling en hoe vol de accu is.
3. Hoe rijd je veilig in de bergen?
Autorijden in de bergen vraagt om een aangepaste rijstijl. Je krijgt te maken met steile hellingen, scherpe bochten en smalle wegen, waarbij je goed moet anticiperen op andere weggebruikers.
Bergop rijden
Kies een versnelling waarmee de motor voldoende kracht levert. Merk je dat de auto moeite heeft om snelheid vast te houden, schakel dan tijdig terug. Zo voorkom je dat de motor onnodig zwaar wordt belast.
Probeer bij het wegrijden op een helling de koppeling niet onnodig lang te laten slippen. Dat veroorzaakt extra slijtage en warmte. Houd voldoende afstand tot je voorganger, zodat je niet steeds hoeft te stoppen en opnieuw op te trekken.
Bergaf rijden
Tijdens een lange afdaling kunnen de remmen oververhit raken als je voortdurend het rempedaal gebruikt. Daardoor kunnen ze minder goed gaan werken.
Gebruik daarom de motorrem. Kies een geschikte lagere versnelling, zodat de auto op de motor afremt en je het rempedaal minder vaak nodig hebt. Rijd nooit in de vrijstand een berg af. Merk je dat de remmen minder goed werken, stop dan op een veilige plek zodra dat mogelijk is.
Bij een automaat kun je, afhankelijk van het type versnellingsbak, een lagere versnelling of bergstand gebruiken. Raadpleeg de handleiding van je auto als je niet weet welke stand geschikt is voor een afdaling.
Smalle wegen en haarspeldbochten
Pas je snelheid aan voordat je een scherpe bocht ingaat. Op bergwegen heb je soms weinig zicht op tegemoetkomend verkeer. Houd daarom rekening met voertuigen die extra ruimte nodig hebben, zoals touringcars, campers en vrachtwagens.

Op smalle wegen kan het nodig zijn om elkaar op een geschikte plek te laten passeren. Kijk vooruit, houd rekening met de beschikbare ruimte en wijk alleen uit als dat veilig kan. Let niet alleen op je navigatie, maar ook op verkeersborden en de werkelijke wegomstandigheden.
Houd er rekening mee dat een bergroute meer tijd kan kosten dan je op basis van de afstand verwacht. Plan daarom niet te veel kilometers op één dag.
4. Wat neem je mee in de auto?
Neem naast de standaarduitrusting ook spullen mee die van pas komen bij pech, vertragingen of winterse omstandigheden.
Controleer voor vertrek welke veiligheidsuitrusting verplicht is in de landen waar je doorheen rijdt. Denk aan een gevarendriehoek, veiligheidshesjes en eventueel andere voorgeschreven uitrusting. De regels verschillen per land, dus controleer wat voor jouw route geldt. Neem daarnaast een reservewiel of een geschikte bandenreparatieset mee als je auto daarmee is uitgerust.
Reis je door afgelegen berggebieden, neem dan voldoende drinkwater, wat eten en warme kleding mee. Bij pech of een afgesloten bergweg kan het langer duren voordat je je reis kunt vervolgen.
Heb je sneeuwkettingen nodig, controleer dan vooraf of ze geschikt zijn voor je auto en banden. Oefen zo mogelijk thuis met het monteren ervan. Dat bespaart tijd wanneer je ze onderweg bij kou of sneeuw moet gebruiken.
5. Controleer de verkeersregels en wegomstandigheden
De verkeersregels en voorschriften voor winteruitrusting verschillen per land. Controleer daarom niet alleen de regels in het land van bestemming, maar ook die van de landen waar je doorheen rijdt.
In bepaalde berggebieden in Frankrijk geldt van 1 november tot en met 31 maart een verplichting voor winteruitrusting. Afhankelijk van de aangewezen zone moet je auto geschikte winterbanden hebben of moet je sneeuwkettingen of sneeuwsokken bij je hebben. In Oostenrijk geldt van 1 november tot en met 15 april een verplichting voor winterbanden bij winterse rijomstandigheden. Sneeuwkettingen kunnen onder bepaalde voorwaarden als alternatief dienen of verplicht zijn op wegen waar dat met verkeersborden wordt aangegeven.
Controleer voor vertrek de actuele voorschriften voor de landen en regio’s op je route. Bekijk ook de weersverwachting en controleer of bergpassen geopend zijn. Sommige passen sluiten in de winter, terwijl andere bij sneeuwval of slecht weer tijdelijk dicht kunnen gaan. Houd rekening met mogelijke omleidingen en plan voldoende reistijd in.
Goed voorbereid de bergen in
Een roadtrip door de Alpen of Pyreneeën vraagt om meer voorbereiding dan een autorit over vlakke wegen. Controleer je auto vooraf, bereid je voor op steile beklimmingen en lange afdalingen en houd rekening met wisselende weersomstandigheden.
Plan voldoende tijd voor je route en controleer voor vertrek of bergpassen geopend zijn. Zo ga je goed voorbereid op weg en kun je onderweg beter inspelen op veranderende omstandigheden.
Veelgestelde vragen over autorijden in de Alpen en Pyreneeën
Nee, voor de meeste gebruikelijke routes is een gewone personenauto voldoende. Vierwielaandrijving kan extra grip bieden op gladde of onverharde wegen, maar vervangt geen geschikte banden en een aangepaste rijstijl. Controleer vooraf welke uitrusting nodig is voor jouw route en de verwachte omstandigheden.
Dat hangt af van het land, de regio, de weersomstandigheden en de verkeersborden. Controleer voor vertrek welke regels gelden op jouw route en zorg dat je weet hoe je sneeuwkettingen monteert als je ze nodig hebt.
Gebruik een geschikte lage versnelling en de motorrem om je snelheid te beheersen. Zo voorkom je dat je voortdurend het rempedaal moet gebruiken. Merk je dat de remmen minder goed werken, stop dan op een veilige plek zodra dat mogelijk is.
